Sfeeradvies

Eerst de sfeer, dan de tegel

In het kort

Welke tegel bij je woonstijl past, hangt af van vier dingen: de look (hout, beton, marmer of steen), de kleur en vooral de ondertoon, het formaat en de afwerking. Kies hieronder je stijl voor concreet advies per ruimte en de series die erbij passen. De tips op deze pagina gelden voor elke stijl.

Een tegelvloer gaat langer mee dan je bank, je keuken en waarschijnlijk je smaak van nu. Daarom loont het om eerst te bepalen welke sfeer je zoekt en pas daarna naar tegels te kijken, in plaats van verliefd te worden op één tegel en er dan een interieur omheen te verzinnen. Weet je je stijl nog niet? Kijk naar wat je bewaart: foto's van interieurs, je favoriete café, het hotel waar je niet weg wilde. Meestal duiken dezelfde materialen steeds weer op. Per woonstijl lees je wat werkt, wat er vaak misgaat en welke series wij erbij zouden leggen.

Voor elke stijl

Sfeertips die altijd werken

  1. De voeg is de stille regisseur

    Dezelfde tegel met een witte, een grijze of een zwarte voeg geeft drie verschillende vloeren. Een voeg in de kleur van de tegel laat het vlak rustig ogen, een contrastvoeg tekent elk tegeltje uit. Twijfel je, kies dan de kleur van de tegel zelf of net een tikje donkerder: een lichte voeg verliest het op den duur altijd van koffie, zand en zeep.

  2. Bekijk kleur in jouw licht

    Een showroom hangt vol fel, koel licht; jouw woonkamer heeft 's avonds misschien twee warme lampjes. Een taupe tegel kan daardoor thuis ineens grijs, beige of bruin ogen. Op het noorden worden koele tinten nog koeler, op het zuiden mag het best wat grijzer.

  3. Groot formaat in een kleine ruimte?

    Dat kan, en vaak oogt de ruimte er juist groter door: minder voegen, minder onrust. Alleen in een smal toilet of een badkamer vol hoekjes wordt een plaat van 120 cm vooral zaagafval. Onze vuistregel: in de breedte moeten minstens twee hele tegels passen.

  4. Laat wand of vloer praten, niet allebei

    Is de vloer rustig, dan mag de wand reliëf, glans of kleur hebben. Heeft de vloer een patroon, houd de wand dan stil. In een badkamer geven dezelfde of bijpassende tegels op vloer en wand de meeste rust; een decor of mozaïek op één plek is dan het accent.

  5. Zones zonder muren

    In een open ruimte baken je met tegels een kookhoek of eetplek af zonder een wand te bouwen. Denk aan een tegeltapijt onder de tafel, een kleiner formaat achter het aanrecht of een andere legrichting in de keuken. Blijf binnen één kleurfamilie, dan voelt het als twee plekken in één kamer en niet als twee kamers.

  6. Eén contrast is genoeg

    Licht tegen donker, glad tegen ruw, mat tegen glans: contrast maakt een ruimte spannend, maar alleen als het schaars is. Kies er één en houd de rest rustig. Twee contrasten tegelijk en je weet niet meer waar je moet kijken.

  7. Trends op de wand, klassiekers op de vloer

    Je smaak verandert, je vloer niet. Een rustige vloer in een neutrale tint overleeft drie banken en twee keer schilderen. De trendkleur van dit jaar zet je op een wand in het toilet of achter de wastafel, en die vervang je na tien jaar zonder dat de benedenverdieping eruit moet.

  8. Neem stalen mee naar huis

    Een tegel van 30 cm in de showroom zegt weinig over twintig vierkante meter in jouw kamer. Leg een paar tegels op je eigen vloer, naast het keukenfront, het kozijn en de bank, en bekijk ze 's ochtends en 's avonds. Kijk ook van een afstand: van dichtbij zie je tekening, vanaf de bank zie je kleur.

  9. Warm of koel, niet door elkaar

    Elke tegel heeft een ondertoon, net als hout, verf en textiel. Beige loopt van koel zandbeige tot bijna goud, wit van gebroken wit tot ijzig helder. Zet je een koele tegel naast warm eiken, dan bijt het, ook al noemt iedereen ze allebei neutraal.

Veelgestelde vragen

Hoe ontdek ik welke woonstijl bij me past?

Verzamel twee weken lang beelden van interieurs die je mooi vindt, zonder er lang over na te denken. Leg ze daarna naast elkaar en kijk wat terugkomt: veel hout, veel wit, zwart staal, zachte kleuren? Dat patroon is je stijl, ook als er geen naam uit een woonblad op past.

Kan ik twee woonstijlen combineren?

Ja, en de meeste huizen doen dat ook. Kies dan een vloer die geen kant kiest, zoals een rustige steen- of betonlook in een middentint, en laat meubels en accessoires de stijlen dragen. Modern met landelijk en Scandinavisch met japandi zijn combinaties die bijna vanzelf werken.

Moet ik eerst tegels kiezen of eerst meubels?

Eerst de tegels, of in elk geval tegelijk met de keuken. De vloer is het grootste vlak in huis en het lastigst te veranderen; een bank kies je makkelijker bij een vloer dan andersom. Neem wel een foto of staal mee van wat blijft, zoals de eettafel of de kleur van de kozijnen.

Welke tegel past bij elke woonstijl?

Een matte steen- of betonlook in een warme middentint, zoals greige of zand, in 60×60 of 60×120 cm. Spannend is anders, maar het is de veiligste basis als je smaak nog alle kanten op kan.

Waar kan ik deze tegels in het echt zien?

Bij de tegelwinkels op deze site. Neem je verzamelde foto's mee: een goede adviseur haalt er in tien minuten de drie series uit die bij je passen.